Vorige pagina's:
De walvis
Walvissen zijn zoogdieren. Dat betekent dat ze regelmatig naar de oppervlakte van het water moeten om te ademen. Dat doen ze met het spuitgat boven op hun hoofd. Grote walvissen kunnen in een paar seconden tijd zo'n 2.000 liter lucht in- en uitademen.
Foto: GP/Perrine
Spek
Walvissen hebben een dikke speklaag onder hun huid. Daardoor blijven ze warm in het koude water van de oceanen. Het spek geeft ze hun gestroomlijnde vorm. Ook kunnen ze met het spek als reserve enkele dagen zonder voedsel.
Het kleintje
Een walvissenjong komt ter wereld na een zwangerschap van tien tot zestien maanden. Zij duwt het jong meteen naar de oppervlakte. Zo kan het voor het eerst ademen. Blauwe vinvissen zijn bij hun geboorte 7 meter lang. De moeder spuit de vette melk onder druk in de bek van het jong en dat gebeurt tientallen keren per dag. Per keer krijgt het jong 10 tot 12 liter binnen, wat op 1 dag 500 liter melk is.
Piepende deuren
Walvissen maken geluiden die klinken als piepende deuren, kreunen, ratelen of fluiten. Zo 'praten' ze met elkaar over kilometers afstand. Tandwalvissen maken ook snelle klikgeluiden en luisteren dan naar de echo. Deze 'echolocatie' is hun manier om voedsel te vinden of hindernissen te ontwijken.
Overwinteren bij de evenaar
Veel walvissen die in de zomer in de buurt van de noordpool en zuidpool wonen, trekken in de herfst naar de evenaar. Daar overwinteren en paren ze, en vaak worden hun baby's er geboren.